De munttoren

Deze klokken zijn een onderdeel van het vroegere carillon in de Munttoren. De klokken zijn omstreeks 1650 gemaakt door de gebroeders Francais en Pierre Hemony. Deze klokken hingen tot het jaar 1668 in de Beurs en daarna werden ze in de Munttoren geplaatst. In het jaar 1873 zijn de klokken als oud ijzer verkocht. De klokken zijn nu te bezichtigen in het Amsterdams Historisch Museum. De bekende klokkenmakers Hemony hebben naast het carillon in de Munttoren ook de vijf andere carillons in Amsterdam gemaakt. De andere bevinden zich in de Oudekerkstoren, de Zuidertoren, de Westertoren en de klokkenkoepel van het Paleis op de Dam.


Afb. Oude carillon Munttoren, Amsterdams Historisch Museum

De munttoren is een restant van de tussen 1480 en 1487 gebouwde Regulierspoort, onderdeel van de oude Middeleeuwse stadsmuur. Deze poort had twee torens met daartussen een poortgebouw. Na de stadsuitbreiding van 1585 was deze stadsverdediging niet meer nodig en verloor de poort zijn functie. In 1613 werd de muur rechts van de poort afgebroken, in verband met de bouw van een glasblazerij. Aan de andere zijde werd in 1616 een wachthuis gebouwd. In het jaar 1618 brandde de stadspoort af. Men vermoedde dat de brand in de glasblazerij is ontstaan, maar de brand kan ook in de toren zijn ontstaan waar de wacht zat. Men besloot alleen de westelijke toren te herbouwen. Het wachthuis was wonder boven wonder gespaard gebleven. De zaal op de verdieping heeft nog lange tijd dienst gedaan als gildenkamer en werd in 1674 verbouwd tot herberg.

Het overblijfsel van de Regulierspoort, de massieve torenstomp, kreeg in 1619/1620 een achtkantige bovenbouw en een sierlijke open spits, een uurwerk met vier wijzerplaten en een carillon. Dit werd gemaakt naar een ontwerp van stadsbouwmeester Hendrick de Keyser in Renaissancestijl. Het bovenste gedeelte is van hout, bekleed met lood. Dit was vanwege de bodemgesteldheid gebruikelijk bij de Amsterdamse torens. Oorspronkelijk gaf een vergulde windvaan in de vorm van een os (een verwijzing naar de markt in de Kalverstraat) de windrichting aan. De os werd later vervangen door een haan.


Afb. Munttoren

De toren kreeg zijn huidige naam in het jaar 1672, toen het niet mogelijk was zilver en goud te transporteren naar de muntplaatsen Dordrecht en Enkhuizen. Amsterdam kreeg tijdelijk het recht van muntslag: in het wachthuis werd munt geslagen.

De in 1624 op de plaats van het glasblazerij gebouwde zogenaamde ‘Engelse huizen’ werden in 1865 en 1877 gesloopt voor de verbreding van de brug over het Singel, waardoor het besloten Schapenplein verdween. Het nieuwe plein kreeg de naam Sophiaplein, maar werd in de volksmond al snel het Muntplein of kortweg De Munt genoemd. Pas in 1917 werd dit officieel de naam van het plein. Het wachthuis werd in 1877 vervangen door het huidige gebouw in neorenaissance, uitgevoerd onder directie van W. Springer. De voetgangersdoorgang is overigens pas tijdens een verbouwing in 1938/1939 gemaakt toen het Muntplein, in feite dus een brede brug over het Singel, opnieuw werd verbreed. De toren bleek op den duur te klein om het Muntplein te domineren (de toren is 41 m hoog); deze rol werd overgenomen door de steeds hoger wordende omringende bebouwing, zoals het Carlton-Hotel in de Vijzelstraat.

Bronvermelding:
Amsterdams Historisch Museum
Nieuwezijds Voorburgwal 357
Kalverstraat 92
Amsterdam

De tekstbordjes in het Amsterdams Historisch Museum. (geraadpleegd: 23 maart 2005)

Url’s
http://www.amsterdam.nl (geraadpleegd: 27 maart 2005)
http://www.bmz.amsterdam.nl (geraadpleegd: 27 maart 2005)